21 mei 2017  |  Ere Lievonen, Fokker-orgel

Fokker-orgelconcert | 21-05-2017 - 11.00 uur | Kleine Zaal - Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam

Laboratonium 2


Dit concert vormt een denkbeeldig laboratorium met microtonen waarin
componisten spannende muzikale experimenten uitvoeren met het Fokker-orgel en de Carrillo-piano (beide in het bezit van Stichting Huygens-Fokker). Anders dan op deze zeldzame 96-toonspiano, gebouwd op basis van ideeën van de Mexicaanse componist/violist Julián Carrillo (1875-1965), kan het Fokker-orgel sinds de ingrijpende renovatie van 2009 door middel van diverse geavanceerde
computertechnieken aangestuurd worden. Zo zal componist Wouter Snoei zijn compositie Bij heldere hemel (in een nieuwe bewerking voor het 31-toonsorgel en elektronica) zelf uitvoeren met speciale hardware. De première van een nieuwe compositie Folding I voor 31-toonsorgel (over o.a. de onmogelijkheden van
microtonale systemen) van de Amerikaanse componist Charles Corey, die in Seattle tevens de conservator is van de originele instrumenten van Harry Partch, zal daarentegen 'gewoon' door vaste organist Ere Lievonen op de toetsen worden gespeeld. Net als de nieuwe compositie voor 96-toonspiano van de bekende Finse componist Juhani Nuorvala, getiteld Kaiho (verlangen, weemoed), dat hij speciaal voor Ere Lievonen heeft gecomponeerd. Twee delen, waaronder vol du bourdon (flight of the bumblebee), uit het solowerk Huit études voor Carrillo-piano van de Canadese componist Bruce Mather uit Montréal, die zelf een 96-toonspiano (óf 16de-toonspiano) bezit, worden echter door onze vaste Carrillo-pianiste Anne Veinberg uitgevoerd. Daarnaast klinkt Equilibrium uit 2009 voor Fokker-orgel en elektronica van componist Danny de Graan. En zeker niet te vergeten: het vroege elektronische 31-toonswerk uit 1957 van de beroemde Nederlandse componist Ton de Leeuw, getiteld Elektronische Studie, dat hij maakte voor AVRO-radio en een uniek tijdsdocument is van de opkomende elektronische en microtonale muziek in de jaren '50 van de vorige eeuw.

 

www.muziekgebouw.nl/agenda/Concerten/6997/  >>>
Zondag 21 mei 2017, 11.00 uur | Kleine Zaal, Muziekgebouw aan 't IJ
Prijzen: € 12,50 Normaal | € 10,00 Stadspas | € 10,00 CJP
www.muziekgebouw.nl | www.huygens-fokker.org

 

Musici

Ere Lievonen, Fokker-orgel & Carrillo-piano

Anne veinberg, Carrillo-piano

diverse componisten, laptop

 

 

Programma

Charles Corey (1984) - Folding I (2017)  première

Bruce Mather (1939) - Etude II / Etude IV: vol de bourdon (uit Huit études, 2000)

Danny de Graan (1973) - Equilibrium (2009)

Juhani Nuorvala (1961) - Kaiho (2017)  première

Ton de Leeuw (1926-1996) - Elektronische Studie (1957)

Sander Germanus (1972) - Morpheus (2017)  (vervallen)

Wouter Snoei (1977) - Bij heldere hemel (2015)

 

 

Ton de Leeuw over zijn compositie Elektronische Studie uit 1957

De Elektronische Studie werd geschreven in een tijd dat de componist de volgende doelstellingen nastreefde:
1. De versmelting van elektronische, vocale en instrumentale middelen tot een
nieuwe eenheid, gebonden door de toepassing van dezelfde vormprincipes.
2. Het loslaten van de gelijkzwevende temperatuur. Het begin gaat uit van de 31 deling van het octaaf, voorgesteld door Prof. Fokker. Geleidelijk echter, wordt ook deze gefixeerde stemming losgelaten (vanaf deel 4) om over te gaan tot een continue toonschaal. Hierin komen wel intervallen voor, maar deze veranderen voortdurend (bijna onmerkbaar) van absolute toonhoog¬te.
3. Hiermee gepaard gaat een geleidelijke overgang van de delen 1 en 2 (vaste toonhoogten, waarin alleen de andere parameters veranderen) via deel 3 (toonhoog¬ten komen in beweging, in verschillende tempi gelijktijdig) naar de delen 4 en 5, waarin dus behalve de toonhoogten ook de stemming 'in beweging' komt.
4. Eveneens van het begin naar het einde: overgang van streng seriële gebondenheid naar de vrijheid van deel 5. De 'Elektronische Studie' zou ook een 'Studie in overgangen' genoemd kunnen worden.
De delen 1 2 en 3 4 lopen in elkaar over.  (Ton de Leeuw, 1962)

 

Charles Corey over zijn compositie Folding I

This composition for Fokker organ is an extension of my previous work with tuning systems. In general, this piece follows my interest in exploring not only what each tuning system does well, but also what each system cannot do; this has been a focus of mine since 2008. More specifically, it expands upon an extended passage of strict canons from my 31-tone clarinet and bassoon duet entitled Tying the Gordian Knot. These canons imply a series of harmonies that I am able to fully realize on the Fokker organ, and utilize as structural elements to shape the rest of the work.  (Charles Corey, 2017)

 

Bruce Mather over zijn compositie Huit études

C'est à la demande de la pianiste française Martine Joste que j'ai écrit ces études et c'est elle qui les créées le 16 septembre 2001 à Heilbronn en Allemagne. La première étude "Guirlandes", s'inspire de la pièce pour piano du même nom de Scriabine. L'écriture est monodique avec un principe d'agrandissement ou de rétrécissement d'intervalles allant de un jusqu'à six siezièmes de ton.

Entièrement harmonique, la deuxième étude utilise des petits intervalles dans l'aigu allant vers des intervalles plus grands dans le registre grave. À deux voix, la troisième étude est un canon par augmentation et par renversement, une voix étant en seizièmes de ton et l'autre en huitièmes de ton.

La quatrième étude "Vol de bourdon" s'inspire de la pièce célèbre de Rimsky Korsakof mais on peut rendre le son du bourdon mieux avec des seizièmes de ton qu'aves des demi-tons. Toute cette étude se passe à l'intérieur d'une tierce mineure. La cinquième étude n'utilise que des intervalles de trois seizièmes de ton, donc à peu près des cinquièmes de ton. La sixième étude n'utilise que des "clusters", des grappes sonores en seizièmes, huitièmes, trois seizièmes ou quarts de ton. L'effet obtenu est celui de l'unison enrichi, timbré donc d'une monodie. La septième étude, "les accords classés", met en valeur les accords de trois sons, majeurs, mineurs, augmentés et diminués ainsi que leurs renversements avec des glissements par seizièmes de ton entre les accords. La huitième étude utilise des intervalles de cinq et six seizièmes de ton disposés en deux couches d'accords arpégés de trois sons, le tout se déplaçant par des glissements en seizièmes de ton.  (Bruce Mather, 2000)

 

Ondersteuning

Dit programma werd mede mogelijk gemaakt door: Prins Bernhard CultuurfondsZabawas, Amsterdams Fonds voor de Kunst, Van den Berch van Heemstede Stichting, Hofsteestichting en Gemeente Amsterdam (stadsdeel Oost).


Tevens het SNS REAAL Fonds - nu Fonds 21 (renovatie Fokker-orgel), het Prins Bernhard Cultuurfonds (renovatie Fokker-orgel), het Muziekgebouw aan 't IJ en Stichting Huygens-Fokker.  Onze sponsors